Oog op Blaricum

Artikel StoepRovers

Agressie met een glansbak

Wie het stelselmatig foutparkeren van grote, glanzende SUV’s op de stoep – het wettelijke en exclusieve domein der voetgangers – niet met schouderophalen af wenst te doen, krijgt op een gegeven moment vanzelf het vermoeden dat het om meer gaat dan ‘niet weten’of ‘even’ – dat het om meer gaat dan onbenullige gemakzucht van het grootgeld.

Vooral in welstandsreservaten als Laren, Blaricum, Bloemendaal, Wassenaar en de Baronie van Breda is het een verschijnsel waar voetgangers allang in berusten: de grootglimmende glansbak op de stoep. Nauwelijks iets tegen te doen, want doorgaans wordt de steller van een kritische vraag afgeserveerd met een hooghartig zwijgen, het bekende excuus van ‘even’, of weggejaagd door een onverwachte verbale eruptie van plat en soms zelfs onverholen agressief Nederlands. Een uitgestoken tong of dito middelvinger behoort ook tot de mogelijkheden.
Bij een enkeling blijven toch vragen hangen. Wat bezielt de bestuurders van Range Rovers en andere bovenmodale vierwielers om hun vehikel zo bot en niet zelden ook zo asociaal en gevaarlijk voor anderen op de stoep te parkeren? Wat maakt dat zij anders zijn dan andere autobezitters die liever kiezen voor een reguliere parkeerplaats en een stukje lopen? Waarom dus is de benaming StoepRover terecht en verdient het neologisme stoeproveren een plaats in de dikke Van Dale?

Majestueus
Een deel van deze vragen wordt beantwoord door autofabrikant Rover zelf. Lees wat dit merk ons op de eigen site laat weten over de Range Rover: ‘Het geraffineerde en hoogwaardige uiterlijk van de Range Rover wordt over de hele wereld herkend en gerespecteerd. Het indrukwekkende silhouet heeft een uitstraling en status die ongeëvenaard is. Bij de Range Rover modeljaar 2007 benadrukken subtiele exterieurdetails de styling en de majestueuze uitstraling.’

Ziet u het ook? ‘Geraffineerd, hoogwaardig, herkenning en respect, indrukwekkend, ongeëvenaarde uitstraling en status, majestueus.’ Niet iets voor een fricandelgevulde nachtploeger die bij Hoogovens werkt. Wel kemerkend voor iemand die een bepaald beeld van zichzelf (en/of zijn vrouw) wil benadrukken, of juist hoopt dat dat beeld door zo’n auto gaat ontstaan en alom zichtbaar wordt.

Ofwel: het gaat Rover (en de collega-glansbakken) erom de ego van de bestuurder te bevestigen, of op te kloppen. Er moet kennelijk iets bijzonders worden verteld, iets ‘eigens’ moet worden geuit, het onderscheidende moet worden geëtaleerd. Hoe? Ten eerste dus door zo’n gestaalde en stoer dan wel sensueel gewelfde grootsheid aan te schaffen. En  ten tweede door er op een opvallende manier mee om te gaan. Dus niet netjes in een parkeervak zetten naast het Golfje of Punto’tje van de nachtploeger. Nee, dan is de stoep natuurlijk een veel effectiever podium. Hier ben ik, kíjk naar mij, ik ben meer, ik ben verheven – in ieder geval tel ik mee, toch?

Over een grens
Van belang is ook de claim die Rover zijn type Land Rover meegeeft. Go beyond. Zoek de grens op, ga er overheen. Leuk en wellicht ook praktisch voor in de binnenlanden van Bali of midden in de Sahara, het zuiden van Patagonië desnoods. Maar wat moet men met zo’n motto in een villadorp in de Randstad waar alles tot en met de laatste spriet gemeentelijk onkruid is geregeld? Tja, voor dat motto is nu eenmaal betaald, het zit tussen de oren of is daar tot leven gekomen, de belofte moet worden ingelost en dus zijn een stoeprand en de achterliggende tegels een welkome uitdaging om inderdaad even beyond te gaan. Het alhier gebruiken van een Rover of andere stralende 4-wheeldrive heeft waarschijnlijk maar weinig met nuttige instrumentaliteit te maken (‘we moeten elke dag 20 kilometer door de bush om de kids naar school te brengen en water te halen’); des te meer met de hierboven ter sprake gekomen psychische instrumentaliteit.

‘Zinvolle’ agressie
Dat instrumentele wordt verduidelijkt door verkeerspsycholoog Cees Wildervanck. Hij maakt een onderscheid tussen affectieve en instrumentele agressie. Waaruit blijkt dat het bij stoeproveren inderdaad om meer gaat dan ‘niet weten’ of ‘even’. Van affectieve agressie is volgens hem sprake als mensen hun frustraties in het verkeer afreageren. ‘De baas of dat product of Feyenoord is waardeloos, dus opzouten jij, klojo!’ Over instrumentele agressie zegt Wildervanck: ‘Instrumen­tele agressie is ook min of meer gewelddadig en voor anderen negatief, maar nu is het gedrag doel­bewust op eigen­belang gericht – je zou daarom kunnen spreken van ‘zinvolle agressie’. De bedoeling is er voordeel bij te hebben. Het zit onder meer in voordrin­gen bij de kassa, parkeren op het trottoir en door rood rijden.’

Von Karajan-syndroom
Maar Wildervanck heeft meer: ‘Om een niveau te bereiken waarop je je kunt permitteren een dure, grote, (voor jezelf) veilige auto te rijden, moet je vooral ook ambitieus zijn. Die ambitie valt te omschrijven als de geneigdheid om – bij een afweging tussen het algemeen belang en eigenbelang – de voorkeur te geven aan eigenbelang. Dat kan zich in allerlei sociale situaties uiten en dus ook in verkeersgedrag: voordringen, misbruik maken van busstroken, maar ook ‘even’ parkeren waar het niet mag. Mensen die het ver hebben geschopt, zijn gewend in hun werk op een bepaalde, doorgaans nogal autoritaire manier met hun medemensen om te gaan. Ze zijn gewend op hun wenken bediend te worden. Dat de omgeving zich naar hen schikt vinden ze vanzelf­sprekend. Dit wordt wel het ‘Von Karajan-syndroom’ genoemd: dat de beroemde dirigent in de omgang minder prettig was, werd gezien als een gevolg van het feit dat iedereen in zijn omgeving aanhoudend zo ademloos bewonderend tegen hem opkeek. En doordat verkeersgedrag een afspiegeling is van gedrag in het algemeen, zal ook maatschappelijk succes tot een minder sociaal verkeers­gedrag kunnen leiden.’
Kortom, stoepparkeren heeft wellicht vaker wel dan niet te maken met snel en veel zakelijk succes, met ‘weinig of geen sociale massa boven je en des te meer onder je’, en met de daar bijhorende welstandigheid die kennelijk moet worden getoond. Het heeft ook te maken met weinig of nooit ‘nee’ horen zeggen, dan wel het onvermogen om een ‘nee’ te horen en te accepteren. Het gaat derhalve niet alleen om de verdiener van het snelle en het nieuwe en het vele geld, het gaat maar al te vaak ook om de uitgeefster – de (eerste, tweede of latere) vrouw die als meisje al verwend werd en waarbij dat (na drie kinderen) nog steeds gebeurt. Met de kanttekening dat dat verwennen vroeger uit een vorm van ouderlijke genegenheid gebeurde en nu wordt opgeëist. Wie de frêle blondines met de kaarsrechte ruggetjes en de mager getrokken snoetjes pront en pralend achter het stuur van een sjieke SUV ziet zitten, ziet in feite de hedendaagse versie van negentiende eeuwse adellijke dames die corrigerend dan wel kritisch aangesproken worden vooral beschouwen als ‘lastigvallen’. Von Karajan goes Prada – vaker dan u denkt.

Moreel knutselen
Het wordt het tijd voor het boek Voorbij het dikke-ik van socioloog Harry Kunneman. Het dikke-ik is een eigentijds figuur dat zich met grote kracht openbaart in de openbare ruimte (waaronder het verkeer) en zich onderscheidt door onverschillig, lomp of zelfs geweldadig gedrag. Kunneman schrijft: ‘De opmars van het dikke-ik kan niet losgezien worden van het moderne ideaal van individuele vrijheid en persoonlijke autonomie en wijst op een fundamenteel moreel probleem. De hedendaagse individuen hebben een ongekende vrijheid verworven om los van enige dwang en betutteling hun eigen morele perspectief in elkaar te knutselen.’

Ziehier het verband tussen het ‘Von Karajan-syndroom’ van Wildervanck en ‘het morele geknutsel’ van Kunneman. Stoeproveren is vooral een kwestie van ‘ík bepaal wel wat kan, wat dus goed is voor mij, en als ík vind dat het wel kan [en dan is het oordeel sterk doortrokken van allerlei egoïstische intepretaties], dan kan het dus en dan moet niemand zich met mij bemoeien.’

Zelfdwang is beschaving
Interessant ook is de zinsnede ‘…los van enige dwang…’ die Kunneman gebruikt. Hiermee kunnen we ons namelijk verder op het gebied van de sociologie begeven. Beter gezegd: op het aandachtsveld van Elias, schrijver van het standaardwerk Het Civilisatieproces. Een van de belangrijkste bevindingen van Elias (inmiddels wereldwijd geldend verklaard) is dat het niveau van beschaving stijgt naarmate dwang wordt vervangen door zelfdwang. Anders gezegd: als commando, zweep en repressie worden ingeruild voor suggestie, zelfbeheersing en autonomie, dan zijn we op de goede weg.

Zo bezien kan men stoeproveren beschouwen als een gebrek aan zelfdwang om zich te houden aan verkeersregels en algemene moraliteit. Maar als dus toenemende zelfdwang een maat van beschavingsvooruitgang is, dan is het gebrek daaraan…. inderdaad, een tekort aan beschaving. Of misschien wel een teruggang in beschaving. In ieder geval een vorm van onbeschaafdheid. En dat valt aardig samen met het beeld dat veel bezitters van snel en nieuw geld doorgaans zonder veel gêne met zich meedragen: veel glim en groot en glanzend, maar geen smaak, geen stijl, geen beschaving.

Vreselijk ding
Cultuursocioloog Dos Elshout van de Universiteit van Amsterdam herkent in het etaleren, niet nadenken, geen oog hebben voor het ongemak voor anderen, de losse omgang met regels, gebrek aan zelfdwang, haast, egoïsme en doorgeschoten individualiteit allerlei sociologische duidingen. Hij vat het samen met: ‘Asociaal gedrag.’ Waarvan bekend is dat de grens tussen dat gedrag en agressiviteit vaak vaag is. Of ontbreekt. Kennelijk gaat dat ook op als dat gedrag is verpakt in een grote glansbak. De agressievormen à la Wildervanck rijden allebei mee. Maar cruciaal toch wel is deze gedachte van Elshout: ‘Het begint ermee dat je zo’n vreselijk ding aanschaft in zo’n mooie omgeving.’ In de categorie ‘verpletterende statements’ zal met voorgaande constatering hoog worden gescoord.

Samen leven of scheuring
Nog een bruikbare sociologische wetmatigheid (die ook terug te vinden is in Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak en anders wel in Het land van aankomst van Paul Scheffer) is dat samenlevingen vallen en staan met de verhouding tussen gevestigden en buitenstaanders. Gevestigden hebben de belangrijkste (economische, sociale, culturele en politieke) netwerken in handen die het cement en de bloedsomloop van de samenleving vormen; buitenstaanders dan wel nieuwkomers dienen zich daaraan aan te passen en worden doorgaans alleen na bewezen behoedzaamheid en loyaliteit tot die netwerken toegelaten. Dan is er sprake van integratie door acceptatie en participatie, en van behoud van identiteit en cultuur.
Veel nieuwkomers echter die met hun fysieke en materiële kenmerken de geldende regels, codes en cultuur doorbreken of gewoon aan hun laars lappen en platstampen, dragen daarmee niet alleen bij aan het kapotscheuren van het ragfijne maatschappelijk weefsel der netwerken, maar ook aan een onomkeerbare desintegratie. Wanneer het exuberante vertoon van bezit en doorgeschoten individualisme geen positieve vevanging zijn van noch aanvulling op de bestaande cultuur, dan zal de zinvolle agressie van het niet zo erg beschaafde dikke-ik alleen maar leiden tot verwatering, fragmentatie, discontinuïteit en dan ook tot onvrede, wrokkigheid, passief verzet en scheuring. Van acceptatie en positieve vermenging zal geen sprake zijn; van samen leven evenmin.

///

4 reacties »

  1. niet zo moeilijk denken! de dames die in die grote auto’s rijden hebben hun rijbewijs gehaald in een vw polo o.i.d., dus kunnen helmaal niet in zo’n ding rijden, laat staan parkeren.

    Reactie door marianne daams — 17 februari 2011 @ 21:43 | Beantwoorden

  2. Wat een mooie auto’s toch. Kan er geen genoeg van krijgen … Jammer dat de Nede
    rlandse parkeervakken zijn gemaakt voor madurodam auto’s …

    Reactie door marc — 1 januari 2013 @ 23:20 | Beantwoorden

    • je kan lullen wat je wil maar je moet toegeven dat het dure hufterigheid blijft van groot geld bezitters. ik rijd zelf rond met een Defender plus aanhangwagen en het lukt mij wél om mij aan de parkeerregels te houden.
      de chauffeurs van de getoonde voertuigen kosten de gemeenschap op den lange duur veel geld, van de gezondheidszorg, ze hebben nou eenmaal totaal geen conditie om die 10 meter straat over te steken. ze moeten wel hufterig parkeren om een hartaanval te voorkomen

      Reactie door landroverrijder — 10 januari 2013 @ 08:54 | Beantwoorden

  3. Misschien een paar mooie plaatjes voor bij het prachtige artikel en de goedgevonden Stoeprover benaming!


    Reactie door Bever — 7 juni 2013 @ 16:03 | Beantwoorden


RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.